Aardbeien planten worden gepland op 1.5 meter afstand van elkaar. De planten die geplant worden, worden moederplanten genoemd. Als de bloempjes uit de moederplanten zijn gehaald beginnen deze ranken te vormen totdat de hele grond bezaaid is met aardbeienplanten. De moederplanten zijn nu erg grote planten en zijn te groot om te verkopen. Daar komt bij dat de moederplanten vaak over kleinere planten heen hangen en het licht van deze planten ontneemt. Mts. Joling wil graag dat deze kleinere planten meer groeien, meer licht betekent meer groei. Daarom worden deze planten weg gefreesd. Er rijdt dus een trekker over de moederplanten heen welke de moederplanten achter zich verhakseld met een frees.