Mts. Joling rooit zijn tulpen vanaf eind juni tot aan eind augustus. Voor het rooien moeten de tulpenbollen eerst goed zijn afgestorven. Een tulpenbol is goed afgestorven op het moment dat de bol van wit naar bruin begint te verkleuren. Als de bollen bruin genoeg zijn begint Mts. Joling zijn tulpenbollen te rooien.

Eerst moet het gewas worden verwijderd. Dit gebeurt met een apparaat dat voorop de rooimachine hangt. Dit apparaat wordt een afslagapparaat genoemd. Deze slaat de bovenste laag grond en gewasresten van de bollen af. Op het moment dat de gewasresten goed zijn verwijderd worden de bollen gerooid met een machine die een plaat onder de wortels van de tulpenbollen doordrukt en de grond en bollen dan geleidelijk omhoog transporteert en de tulpenbollen met grond in een aanhangwagen legt. In de weg omhoog wordt zoveel mogelijk zand tussen de tulpenbollen weggezeefd zonder de tulpenbollen te beschadigen. Op het moment dat de trekker en aanhanger vol zijn gerooid wordt er even gestopt met rooien. Als een nieuwe trekker en aanhangwagen zich onder de rooimachine hebben geplaatst wordt er weer begonnen met rooien.