Nadat de tulpenbollen zijn gerooid moet de laatste grond van de tulpenbollen worden verwijderd. Dit gebeurt door middel van een spoelinstallatie. De trekkers met aanhangwagens vol met tulpenbollen komen het erf op rijden bij Mts. Joling. Deze aanhangwagens worden geleegd voor een stortbak welke de tulpenbollen en grond omhoog transporteert naar een zeef. Deze zeef haalt de meeste grond tussen de bollen weg waarna de trekker en aanhanger deze weer mee terug neemt naar het tulpenveld waar gerooid wordt. De tulpenbollen die over de zeef zijn geweest vallen in een grote bak met water die de bollen schoonmaakt en de bollen door middel van stuwing in het water weer op een transportband plaatst. Op dezelfde manier vallen de bollen nog een keer in een bak met water en komen weer terecht op een transportband die de bollen vervoert naar een vellenbak. Een vellenbak is een bak met water waarin bollen naar beneden zinken op een transportband en waarin drijvende delen door middel van lichte stroming in een afvalbak vallen. Nadat deze drijvende delen zijn verwijderd worden bollen op maat gesorteerd in grote bollen voor de verkoop en in plantgoed voor volgend seizoen. Dit gebeurt door middel van een rollensorteerder. Hierna belanden de tulpenbollen via een transportband in kisten. 

Tulpenbollen moeten vanaf het rooien tot aan het planten bewaard worden in kisten in een loods. Een tulpenbol houdt ervan om droog bewaart te worden. Na het spoelen zijn tulpenbollen nat, deze moeten dus droog gemaakt worden. Dit doet Mts. Joling door de een heleboel warme lucht door de kisten te blazen totdat de bollen helemaal droog zijn geblazen. Hierna worden ze in de bewaring weg gezet. In de bewaring staan de tulpenbollen voor een wand die een klein beetje lucht door de kisten blaast. De tulpen worden bewaard bij een temperatuur van 25 graden.